Marnix Gijsen ( Jan-Albert Goris ) tir nederlandavaf belgaf suterotik. Koe Antwerpen koe Belga ba 20/10/1899 koblir. Ba 29/09/1984 koe Lubbeek awalker.
Inafa gadava tir Nederlandava . Bak 1974 gu Nederlandavafo Suterotafo Poradro icde intaf grabomeem zo gabler.
Marnix Gijsen
Blira
1899-1984
Ava
Nederlandava
Suterind
Berpot
Suterot Berpot is ar suteks :
Lof-litanie van de Heilige Franciscus van Assisië (1920)
Studie over Karel van de Woestijne (1920)
Breero's lyriek (1922)
Karel van Mander (1922)
Het huis (1925)
Ontdek Amerika (1927)
Odusseus achterna (1930)
Jozef Cantré, houtsnijder (1933)
Hans Memlinc te Brugge (1939)
De literatuur in Zuid-Nederland sedert 1830 (1940)
Lof van Antwerpen (1940)
Peripatetisch onderricht I en II (1940, 1942)
Het boek van Joachim van Babylon (1947)
Telemachus in het dorp (1948)
Vier gedichten van Joachim, opgenomen in de herdruk van Het huis (1948)
De man van overmorgen (1949)
Goed en kwaad (1950)
Klaaglied om Agnes (1951)
De vleespotten van Egypte (1952)
De kat in den boom (1953)
De lange nacht (1954)
Er gebeurt nooit iets (1956)
Terwille van Leentje (1957)
Mijn vriend de moordenaar (1958)
Lucinda en de lotoseter (1959)
De diaspora (1961)
Allengs gelijk de spin (1962)
The House by the Leaning Tree (1963)
Karel Jonckheere (1964)
Karel van den Oever (1964)
Harmágedon (1965)
Scripta manent (1965)
Zelfportret, gevleid, natuurlijk (1965)
August van Cauwelaert (1968)
Helena op Ithaka (1968)
Het paard Ugo (1968)
Jacqueline en ik (1970)
Biecht van een heiden (1971)
De afvallige (1971)
Weer thuis (1972)
De grote god Pan (1974)
De kroeg van groot verdriet (1974)
De leerjaren van Jan-Albert Goris (1975)
Terug van weggeweest (1975)
Overkomst dringend gewenst (1978)
Uit het Brussels getto (1978)
Grafzuil voor Agnes (1979)
Rustoord (1979)
De loopgraven van Fifth Avenue (1980)